1 Samuël 1:27-2:10

27Om deze zoon heb ik gebeden, en de HEER heeft mij gegeven waar ik om heb gevraagd. 28Nu geef ik hem op mijn beurt aan de HEER, voor alle dagen die hem gegeven zijn.’ Toen knielde de jongen daar voor de HEER,

en Hanna bad:
‘Nu juicht mijn hart dankzij de HEER,
fier heft mijn hoofd zich op, dankzij de HEER,
mijn mond spreekt vrijmoedig tegen mijn vijanden,
want dankzij uw hulp beleef ik vreugde.

Geen is er heilig als de HEER,
er is geen andere god dan U,
geen rots is er als onze God.

Gebruik toch geen grote woorden,
blaas niet zo hoog van de toren,
want de HEER is een alwetende God:
door Hem worden onze daden gewogen.

De boog van de helden is gebroken,
maar wie wankelen weten zich gesterkt.
Wie genoeg hadden, verkopen zich voor brood,
maar wie hongeren worden verzadigd.
De onvruchtbare baart zeven zonen,
maar wie veel kinderen heeft, verwelkt.

De HEER doet sterven en doet leven,
voert naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog.
De HEER maakt arm en Hij maakt rijk,
vernedert diep en heft hoog op.

Hij verheft uit het stof wie berooid is,
uit het vuil tilt Hij op wie alles ontbeert.
Hij laat hen wonen bij hooggeplaatsten,
Hij houdt een ereplaats voor hen vrij.
Van de HEER zijn de pijlers der aarde
waarop Hij de wereld heeft vastgezet.
Wie Hem trouw zijn, behoedt Hij op hun pad,
maar de zondaars komen om in het duister.
Ontoereikend is de menselijke kracht

wie het opnemen tegen de HEER worden gebroken,
vanuit de hemel klinkt zijn donder tegen hen.
De HEER spreekt recht over heel de aarde,
Hij geeft macht aan de koning die Hij kiest
en verhoogt het aanzien van zijn gezalfde.’