Gen. 25:19-23

Jakob en Esau

19Dit is de geschiedenis van Abrahams zoon Isaak en zijn nakomelingen. Isaak, de zoon die Abraham verwekt had, 20was veertig jaar toen hij trouwde met Rebekka, die een dochter was van de Arameeër Betuel uit Paddan-Aram en een zus van de Arameeër Laban. 21Omdat Rebekka onvruchtbaar bleek, bad Isaak vurig voor haar tot de HEER, en de HEER verhoorde zijn gebed: Rebekka, zijn vrouw, werd zwanger. 22De kinderen in haar lichaam botsten hard tegen elkaar. Als het zo gaat, dacht ze, wat staat mij dan te wachten? En ze ging bij de HEER te rade. 23
De HEER zei tegen haar:
‘Twee volken zijn er in je schoot,
volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard.
Het ene zal machtiger zijn dan het andere,
de oudste zal de jongste dienen.’