Lucas 1: 46-56

46Maria zei:‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,47mijn hart juicht om God, mijn redder:48
Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, 49 ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam. 50 Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht, voor al wie Hem vereert. 51Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen, 52heersers stoot Hij van hun troon en wie gering is geeft Hij aanzien. 53 Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, maar rijken stuurt Hij weg met lege handen. 54-55  Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd: Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.’ 56Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.